Grenspark Kalmthoutse Heide is verrassend veelzijdig: van stuifduinen tot bossen, heide en vennen. In het kleine natuurgebied Kortenhoeff van zo’n honderd hectare kom je al deze biotopen tegen. Het gebied ligt in het Grenspark, tussen Hoogerheide en Huijbergen, en wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Boswachter Publiek Imke van Gisbergen vertelt over het natuurherstel dat recent is afgerond.

“Kortenhoeff is voor mij echt een kleine parel op de Brabantse Wal. Het gebied is kleinschalig, maar ontzettend rijk aan variatie: natte en droge heide, stuifduinen, twee zwak gebufferde vennen en een zuur ven. Door die mengeling van biotopen komen er veel bijzondere soorten voor. Daarnaast heeft het gebied ook een interessante geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een nep landingsbaan met houten vliegtuigen als afleiding voor vliegbasis Woensdrecht. Later is er geprobeerd een fruitgaard te starten; de oude fruitschuur is daar nog een mooi overblijfsel van. Het maakt Kortenhoeff tot een plek waar natuur en geschiedenis samenvallen.”
“In de afgelopen maanden hebben we gewerkt aan het vernatten van het gebied. Kort gezegd: we willen water langer vasthouden in plaats van het snel af te voeren. Dat klinkt misschien gek als je bedenkt dat bezoekers in de winter van 2024 op kaplaarzen door het gebied gingen, maar als je een paar gortdroge zomers erbij denkt, wordt duidelijk waarom dit nodig is. De droge periodes vallen steeds vroeger in het jaar en dat heeft gevolgen voor soorten die afhankelijk zijn van vennen.”
“Als het waterpeil te vroeg en te lang zakt, verdwijnen soorten die juist zo kenmerkend zijn voor dit gebied. Vennen mogen in de zomer periodiek droogvallen, maar te vroeg en te lang is erg slecht voor larven van libellen en amfibieën. Een droog voorjaar kunnen ze bijvoorbeeld niet overleven. Ook flora zoals de beenbreek, een zeldzame lelieachtige die graag op zure en vochtige grond groeit, dreigt te verdwijnen bij aanhoudende droogte. En als vennen droogvallen, verandert het hele systeem: planten sterven af, voedingsstoffen komen vrij en jonge bomen vestigen zich in de venbodem. Voor bijvoorbeeld de venwitsnuitlibel is dat desastreus.”
“We hebben op verschillende plekken sloten verondiept of gedempt. Het gaat voornamelijk om sloten die water afvoeren uit het gebied en dat willen we juist voorkomen. Er is speciaal zand aangevoerd dat voldoet aan strenge eisen voor gebruik in natuurgebieden en past bij de bodem die in het gebied al aanwezig is. We hebben tegelijkertijd paden opgehoogd zodat bezoekers het gebied kunnen blijven beleven. Het is belangrijk dat ook mensen zien en voelen waarom deze natuur de moeite waard is.”

“Door relatief voedselarm water langer vast te houden, kunnen we de waterstand beter reguleren en de interne waterhuishouding verbeteren. Dat helpt direct bij het behoud van natuurdoeltypes zoals vochtige heide en vennen. Uiteindelijk gaat het om behoud, herstel en bevordering van de soorten die bij dit landschap horen.”
“Doordat het gebied zo divers is, profiteren veel soorten van de vernatting. Neem bijvoorbeeld de venwitsnuitlibel. Dat is een prachtige libelsoort die als kwetsbaar op de Rode Lijst staat en duidelijk in aantallen achteruitgaat. Ze leeft in de oeverzone van de vennen, die gevoed worden door regenwater en dus erg gevoelig zijn voor schommelingen in de waterstand. Bij een droog voorjaar of zomer vallen deze plekken droog en overleven de larven die periode niet. Dankzij het vasthouden van water kunnen deze vennen langer nat blijven, waardoor de libellen een kans krijgen.

Maar ook andere soorten profiteren: bij de libellen de venglazenmaker, bij de vogels de dodaars, bij de amfibieën de kamsalamander en heikikker, en bij de reptielen de levendbarende hagedis. Bij de vlinders zijn dat onder andere het heideblauwtje, groentje en bont dikkopje. En bij de planten diverse veenmossoorten, maar de beenbreek springt er echt uit. Als je in juni die kleine gele bloemetjes ziet, weet je dat het met de waterhuishouding goed gaat.”
“De waterstand kunnen we nu beter op niveau houden en daarmee maken we het systeem robuuster voor droge zomers. Uiteindelijk levert dat een rijkere biodiversiteit op, met soorten die hier thuishoren en die Kortenhoeff zo bijzonder maken. Voor mij is het extra mooi dat bezoekers dit gebied kunnen blijven beleven. Als mensen straks libellen boven de vennen zien vliegen of de beenbreek in bloei zien staan, dan weet je: dit is waar we het voor doen.”
“Bezoekers kunnen nog een kleine hinder ervaren, omdat het aangebrachte zand op sommige paden nog wat los ligt. Dat heeft even tijd nodig om uit te harden, zodat het straks makkelijker loopt. Een kwestie van geduld dus,” vertelt Imke.
Wandelaars kunnen het gebied ontdekken via wandelroute Muis (1,8 km) en wandelroute Uil (3 km). Beide routes zijn te raadplegen via de digitale beleefkaart van het Grenspark: